Van Oord windpark Maritime Delta

Beschermd: Verena Ohms, bestuurssecretaris NML: ‘Nu is het moment om over je schaduw heen te springen’

Deze inhoud is beschermd met een wachtwoord. Vul hieronder je wachtwoord in om het te bekijken:

Maritime Delta Human Capital kaart

 

Wil je de kaart downloaden als pdf? Klik dan hier.

Femke Brenninkmeijer Maritime Delta

Femke Brenninkmeijer, CEO van NPRC: ‘Verduurzaming van de binnenvaart gaat over meer dan schone scheepsmotoren’

Toen afgelopen zomer de Ever Given het Suezkanaal blokkeerde, hield de wereld zijn adem in. In één keer was het maatschappelijke belang van de maritieme sector duidelijk. Van Femke Brenninkmeijer mag er nog veel meer publieke aandacht uitgaan naar transport over het water. ‘Op de waterwegen is nog zat ruimte en de binnenvaart is een duurzame vorm van transport.’

Na bijna twaalf jaar bij het Amsterdamse havenbedrijf maakte Femke medio 2020, vlak voor de tweede coronagolf, de overstap naar Rotterdam. Als CEO van binnenvaartcoöperatie NPRC zet ze zich in om de binnenvaartsector op de kaart te zetten. Dat doet ze onder meer door de aandacht te richten op innovatieprojecten en de waarde van de binnenvaart in de hele maritieme keten te laten zien.

Van kunstmest tot strooizout en suikerbieten
Iedere dag zijn er in Europa minimaal tweehonderd schepen onderweg in opdracht van NPRC, de grootste coöperatieve bevrachter in de Europese binnenvaart. Het ledenbestand van 145 binnenvaartondernemers vervoert samen ruim 14 miljoen ton vracht per jaar: van staal en ijzererts tot kunstmest en van strooizout tot suikerbieten, bouwmateriaal en biomassaproducten.

Ladingstromen en vaargebieden spreiden
NPRC heeft vijf kantoren: in Rotterdam, Antwerpen, Parijs, Duisburg en Mannheim. ‘Van daaruit zijn we actief in alle Noordwest-Europese zeehavens om de industrie in het achterland te bevoorraden’, vertelt Femke. De strategie van de organisatie richt zich daarmee op een spreiding in ladingstromen en vaargebieden. ‘Dat heeft enorm geholpen in de coronacrisis: we bleven gewoon doorvaren ondanks dat bepaalde markten meer inzakten dan andere. Ook voor de toekomst zorgen het internationale klantbestand en onze veelzijdige vloot voor stabiliteit.’

“Op de vaarwegen is nog zat ruimte.”
– Femke Brenninkmeijer, CEO van NPRC

Krachten bundelen
De coöperatievorm draagt eveneens bij aan de weerbaarheid van NPRC. ‘Dat vind ik zelf heel mooi’, zegt Femke. ‘We zijn een bundeling van familiebedrijven en doen het echt met elkaar. Dat is ook de reden dat de coöperatie is opgezet. Door de krachten te bundelen sta je als binnenvaartondernemer sterker dan alleen.’

Langetermijndoelen
De coöperatie heeft de nieuwe strategie vastgesteld, met een focus op de lange termijn. Duurzaamheid speelt daarin een grote rol. ‘Dat sluit ook aan op onze cultuur. Duurzaamheid gaat over rekening houden met de volgende generaties en met je medemens: onze leden, collega’s, familie. Daarom gaat verduurzaming van de binnenvaart wat ons betreft over veel meer dan de vraag of die motor wel schoon is.’

Modal shift
Om die langetermijndoelen te behalen is volgens Femke niet alleen samenwerking binnen de sector nodig, maar ook een maatschappelijke modal shift. ‘Vanuit de overheid mag er veel meer aandacht uitgaan naar de waterwegen als alternatief voor wegtransport. De Europese Unie deelt die ambitie en wil zoveel mogelijk bulk- en containerlogistiek van de weg verplaatsen naar het water. Op de vaarwegen is nog zat ruimte.’ Wat dat betreft kunnen we een voorbeeld nemen aan België, vindt ze. ‘Daar is de binnenvaart een speerpunt in het mobiliteitsbeleid en bestaat er een subsidieprogramma voor de bouw van een betere infrastructuur voor de binnenvaart.’

“Het binnenvaartschip op waterstof is een van de vele routes naar verduurzaming.”
– Femke Brenninkmeijer, CEO van NPRC

Binnenvaartschip op waterstof
Maar ook de Nederlandse overheid ontgaat het belang van de binnenvaart niet. Het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat kende dit jaar een flinke subsidie toe aan het consortium dat NPRC samen met chemiepartner Nobian en binnenvaartondernemer Harm Lenten vormt. De consortiumpartners ontwikkelen het eerste nieuwbouw waterstof-elektrisch aangedreven binnenvaartschip ter wereld. ‘Zo’n project kost veel tijd en energie’, reageert Femke. ‘Het vergt lef en samenwerking met de volledige keten. De subsidie bewijst het succes van die sectorbrede samenwerking.’

Routes naar verduurzaming
Het binnenvaartschip op waterstof is een mooie illustratie van ketenintegratie, maar een oplossing voor de lange termijn, benadrukt Femke. ‘Het is een van de vele routes naar verduurzaming. Er is nog veel meer mogelijk én nodig om de Nederlandse binnenvaartvloot – de grootste van Europa – te verduurzamen.’ Alternatieven zijn elektrisch varen, slimme logistieke oplossingen, biobrandstoffen en schone scheepsmotoren. Daar wordt in de sector al aan gewerkt. En met het consortium Topsector Logistiek ontwikkelt NPRC een CO2-monitor die klanten inzicht geeft in de uitstoot per transport. ‘Door slimmer samen te werken kun je met de monitor veel winst behalen. Bijvoorbeeld door leegvaart en retourvrachten inzichtelijk te maken en op basis daarvan slimmer te plannen.’

Datagedreven sector
Voor de langetermijnstrategie vindt Femke digitalisering een belangrijke ontwikkeling. ‘De logistiek is een datagedreven sector en NPRC loopt daarin ver voorop. In verschillende platforms verzamelen we data van de ruim tienduizend transporten die we jaarlijks uitvoeren. Met die gegevens kunnen we onze supplychain efficiënter inrichten en de keten nog transparanter maken. Met realtime data kun je bijvoorbeeld beter inspelen op verwachte wachttijden bij het laden en lossen. Die tijden maken we inzichtelijk als verlies in de keten. Zo verbeteren we de keten samen met de klant, stap voor stap en op basis van data.’

Van Amsterdam naar Rotterdam
Femke werkt inmiddels ruim een jaar in de Rotterdamse haven. ‘Het was wel wennen hoor, iedere ochtend de bordjes Feyenoord volgen’, zegt ze lachend. Maar helemaal nieuw was het niet: vanuit Amsterdam werkte ze al nauw samen met Rotterdamse collega’s. ‘Zeker voor het internationale plaatje is het slim om als grote havens samen op te trekken. Daarom heb ik nu nog steeds contact met de Amsterdamse haven, daar komen onze schepen ook.’

“In Rotterdam bestaat een vruchtbare samenwerking tussen overheid, bedrijven en kennisorganisaties.”
– Femke Brenninkmeijer, CEO van NPRC

Samenwerking tussen overheid en bedrijven
Het verschil tussen beide havens merkt ze vooral in de grootte en bekendheid. ‘Je hoeft niemand uit te leggen waarom de Rotterdamse haven er is, dit is waar het gebeurt. Het havencluster is heel benaderbaar, iedereen ademt trots en werkt echt vanuit een drive. De haven wordt bovendien omarmd door de overheid.’ Dat merkt ze onder meer aan de hechte contacten met de provincie en gemeente. ‘Daardoor ontstaat een vruchtbare samenwerking tussen overheid, bedrijven en kennisorganisaties als InnovationQuarter en de Erasmus Universiteit. Heel mooi om te zien hoe dat allemaal samenkomt.’

Hands-on, fysiek en onmisbaar
In haar antwoorden straalt Femke die drive zelf ook uit. ‘Het mooie aan dit werk is dat het niet ophoudt bij de grens. In havens komen mensen, ideeën en goederen samen. Heel inspirerend! De sector is ook heel hands-on: je ziet dagelijks de schepen, kranen en warehouses waar het om draait. De combinatie van die fysieke omgeving, het deel uitmaken van een internationaal geheel en de onmisbaarheid van de haven voor onze economie maken dit werk zo waardevol.’

Meer weten over duurzaam varen? Bekijk de website van NPRC.

Kansen en uitdagingen voor de superjachtsector

Net als in de Formule1 kunnen de nieuwste technieken in de superjachtensector doorgevoerd worden in andere sectoren!

Gezamenlijk webinar NMT RMSC Maritime Delta

Tijdens een van de eerste inhoudelijk webinar activiteiten van 2021,werd de focus door NMT, RMSC en Maritime Delta gelegd op de superjachten sector. Hein Velema van Marstrat startte met een overzicht van de sector, die aangaf dat de invloed van COVID-19 op de economie en specifiek in deze sector is gegroeid; Miljardairs zijn nog rijker geworden en jachten worden gezien eruit als een veilige plek om met familie te zijn. De “Pre-loved” superjacht markt is in de tweede helft van 2020 juist versneld gegroeid, evenals de orderportefeuille voor nieuwbouw.

Hein stelde het publiek de vraag Waarom denken we alleen aan bouwen van jachten terwijl er nog zoveel meer is in deze markt waar de regio mee aan de slag kan, zoals de maritiem zakelijke dienstverleners.
De operationele markt in deze sector, zoals de jaarlijkse kosten om een jacht in bedrijf te houden, zijn voor jachten erg groot. Hier kan de groot Rotterdamse regio ook haar aandeel in uitbreiden, het geeft genoeg kansen voor surveyors, toeleveranciers bij kleine reparaties etc.

Jachteigenaren zien dat hun imago verandert, en verdere verduurzaming in de sector kan juist helpen om dat imago te verbeteren. Economische noodzaak is niet direct de aanleiding om te vergroenen, maar deze doelgroep kan geënthousiasmeerd worden om bij refit te kiezen voor de Nederlandse superjachten sector, welke wereldwijd in de top 3 staat.

Een goede tool om het productieproces, jacht operational life, en einde levensduur inzichtelijk te maken is de life cycle assessment tool. Robert van Tol van Water Revolution Foundation vertelde dat dit belangrijk is om duurzaam refitten te optimaliseren.

Dennis Bravenboer (Hug Engineering) begon direct met een stelling, om zo het publiek te verleiden tot actieve deelname: Als NL dezelfde vooraanstaande positie voor refit wil verwerven als voor nieuwbouw, dan is het belangrijk dat gespecialiseerde toeleveranciers als een cluster al in een zeer vroeg stadium worden betrokken.
Het bouwen van een jacht is een lang traject,  zeker met geavanceerde systemen is het van belang om er vroeg bij te zijn. Een hecht cluster over de hele keten is daarom belangrijk.

Er zijn vele kansen voor de maritieme sector. Ten eerste, “nieuwere jachten” gaan ook graag terug voor onderhoud naar het land waar ze gebouwd zijn.  Als er in NL een combinatie gemaakt kan worden met de ‘Noordelijke Route’ en de plannen voor de Rijnhaven als Rotterdam Marina (link) uitkomen, kunnen er tijdens de winterstalling veel operationeel, onderhanden werk gedaan worden, en zijn de kleinere upgrades en reparaties weer wel interessant. De promotie van de regio in combinatie met de werven wordt dan een win-win situatie.

Daarnaast gaf Robert aan dat de jachtensector niet afhankelijk is voor innovatie van regelgeving maar probeert op de troepen vooruit te lopen. Als industrie is het juist goed om verder te gaan en nieuwste inzichten te delen. Net als in de Formule1 kunnen nieuwe technieken in de superjachten doorgevoerd worden in andere sectoren. Zowel de hybride aandrijvingen in Noordelijke fjorden worden belangrijker qua milieu overwegingen en ook de Middellandse Zee havens gaan kijken naar strengere regels. Daar kan onze sector nu al op in spelen door met de eigenaren zelf hoge standaarden te ontwikkelen en uit te venten.

Een van de aanbevelingen tijdens het webinar was te kijken naar de initiatieven in bijv Italië die te vinden zijn in de kleinere jachten markt (tot 500 GT) op het gebied van duurzaamheid – die doelgroep is genoodzaakt om sneller te schakelen, omdat er kleine technische ruimtes aanwezig zijn en ze vaker in serie bouwen, waardoor er gekozen moet worden voor duurzame opties ivm de lange levensduur van de innovatie.

Een vraag uit het publiek over concrete plannen voor een sustainable refit werf moest helaas nog ontkennend beantwoord worden, maar de sprekers gaan gezamenlijk hun best doen om dit verder te concretiseren.

Kort werd nog stilgestaan bij het talent, human capital, wat belangrijk zal blijven, en daar mag ook wel wat aandacht voor komen. Er zijn gespecialiseerde opleidingen, maar de innovatieve ontwerpen van bijv Feadship leiden maar mondjesmaat tot opdrachten – een goed onderwerp voor een volgend ideecafé hoe dit omgezet kan worden naar concrete opdrachten.

Te veel onderwerpen in te korte tijd, NMT, RMSC en Maritime Delta danken de sprekers en hopen u snel weer bij een volgend Ideecafé te mogen begroeten!

Linda Treuman
RSMC

Maritime Delta Student Challenge 2020

Covid-19 onderwijs impact en belang stages

Als gevolg van de Covid-19 pandemie is het fysieke (maritiem) onderwijs sinds medio maart abrupt gestopt. Met man en macht is het onderwijs overgeschakeld naar digitale lessen. Gelet op de omstandigheden is dit succesvol verlopen. Uiteraard heeft het wel wisselende impact op de diverse studenten. Jongens en meiden die bijvoorbeeld gewend zijn om veel met de handen te doen en dan een periode volledig te zijn veroordeeld tot digitale (theorie)lessen, maakt je niet erg blij. Gelukkig is er weer meer ruimte om meer en meer praktijk onderwijs op de opleidingslocaties uit te voeren. Een belangrijk onderdeel van veel maritieme opleidingen.

Het onderwijs doet er alles aan om studievertraging zoveel mogelijk te voorkomen en eventuele achterstanden in te halen. Voor de maritieme studenten die komend studiejaar op stage moeten is het van enorm belang dat er ook voldoende stageplaatsen door het bedrijfsleven worden aangeboden. Uiteraard begrijpt iedereen in het onderwijs dat ook bij het maritieme bedrijfsleven de gevolgen duidelijk merkbaar zijn van deze onzekere periode. Dat dit soms het beschikbaar stellen van stage- en afstudeerplaatsen in een ander daglicht kan zetten, is begrijpelijk. Toch is het de gezamenlijke uitdaging van onderwijs en bedrijfsleven om te zorgen dat studenten verder kunnen in hun ontwikkeling en stappen zetten in hun weg naar de maritieme sector.  Voldoende stage- en afstudeerplaatsen zijn daarin van wezenlijk belang, ook als dit soms betekent dat deze net iets anders ingericht moet worden dan gebruikelijk.