Maritime Sisters op het Maritiem Innovatie Diner

Maritiem circulaire pioniers in actie: ‘En of we complete schepen kunnen herfabriceren!’

“In Nederland bouwen wij de beste ontmantelbare schepen.” Dat is een vernieuwende stip op de horizon voor een sector die tot voor kort zei: ‘in Nederland zijn wij scheepsbouwers en geen slopers.’ Maar met het oog op toenemende internationale spanningen, stevige concurrentie en steeds schaarser wordende materialen moet het roer echt om. Sterker nog, om de bouw van strategische schepen in Nederland te behouden, moeten we 10-15% goedkoper worden. Dit blijkt uit de onlangs gepresenteerde Sectoragenda Maritieme Maakindustrie. Circulair denken gaat daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Dankzij circulaire principes kunnen we namelijk niet alleen de levensduur, maar ook de business case van schepen en individuele componenten optimaliseren én behouden we essentiële grondstoffen. Zo krijgen ‘de beste ontmantelbare schepen’ ineens een heel andere betekenis.

Maritime Sisters, Marjolein en Sylvia Boer, sinds jaar en dag in nauw contact met de sector, maken van hun hart geen moordkuil: “Je mag toch hoge ambities hebben? Wat is er mis mee om te zeggen dat we over tien jaar minimaal één werf hebben die (hoogwaardig) kan ontmantelen en dat we misschien zelfs wel hele schepen kunnen herfabriceren.” Het ‘zendelingenwerk’, zoals de Sisters dat zelf noemen is aangevangen met een verkenning in samenwerking met BlueCity in opdracht van de Provincie Zuid-Holland, waarvoor ze zo’n 30 verschillende partijen uit de maritieme sector hebben gesproken. De ambitieuze stip op de horizon is het resultaat van die gesprekken. Van zendelingenwerk naar actie is nu het doel, want circulariteit kan dus een belangrijk vliegwiel zijn voor uitdagingen in de sector. Genoeg kansen wat dat betreft. Al zijn er ook de nodige hindernissen. Maar het belangrijkste; er is interesse en energie bij de bedrijven. Maritime Sisters en BlueCity zijn inmiddels aan de slag met een groep ‘maritiem circulaire pioniers.’

Maritime Sisters op het Maritiem Innovatie Diner

Met een blik op vernieuwing voor een duurzame maritieme toekomst brengen ze een nieuw elan in de sector en tonen ze daadkracht door hun tanden te zetten in onderwerpen die belangrijk zijn voor de toekomst. Met hun partner BlueCity zijn ze afgelopen jaar in de ‘circulaire kansen voor maritiem‘ gedoken en organiseren ze nu werksessies om bedrijven bewust te maken van de mogelijkheden en voordelen van circulair ondernemen en deze om te zetten in concrete kansen. Doel is om voorlopers (verder) in het zadel te helpen door ketenpartners en stakeholders aan te haken en te concretiseren hoe je er ‘een goede boterham mee kunt verdienen.’ Door relevante partijen samen te brengen en overkoepelende agenda’s zoals de Sectoragenda en de Regionale Maritieme Agenda te betrekken knopen ze de belangen vervolgens handig aan elkaar vast. “Dit doen we vaker in samenwerking met o.a. Maritime Delta, de provincie Zuid-Holland en Gemeente Rotterdam, om alle koppen bij elkaar te krijgen en echt impact te maken.”

Vijf cases, één missie

Circulaire projecten van de grond krijgen in alle fasen van de levensduur van een schip én aantonen dat je hier een (goede) boterham mee kunt verdienen “want dan gaan er meer partijen volgen.” Dat is de missie. Vijf cases stonden centraal in de twee eerste werksessies. Deels komen deze cases voort uit de gesprekken die zijn gevoerd voor de verkenning en deels omdat partijen zich naar aanleiding van het resultaat pro-actief hebben gemeld.

Radicaal minder kabels

Een voorbeeld van zo’n partij is Alewijnse, een elektrotechnisch systeemintegrator. Het bedrijf verkent inmiddels met een aantal ketenpartners hoe ze het aantal kilometers kabel aan boord van schepen kunnen verminderen. Het huidige gebruik van kabels in schepen is zo groot dat alleen al Alewijnse anderhalve keer de wereld zou kunnen omcirkelen met de hoeveelheid door hen geïnstalleerde kabels. Minder kabels betekent minder materiaalgebruik, minder kosten, minder gewicht en heel belangrijk: een kleinere ecologische voetafdruk. Kabels worden immers veelal gemaakt van koper. Denk eens aan een complex offshore schip; de hoeveelheid kabels aan boord is gigantisch. “Zelfs in een ‘relatief eenvoudig loodsbootje’ zit al snel twintig kilometer aan kabel. Als dit aantal gereduceerd kan worden, besparen we niet alleen direct materiaal en kosten, maar ook gewicht en daarmee brandstof.” Een no-brainer zou je zeggen, maar toch is het niet makkelijk om dit te veranderen, geeft Marjolein aan. “Leveranciers schrijven een bepaalde hoeveelheid kabel voor bij de systemen of equipment die ze leveren maar niemand bekijkt dit integraal. Systeemintegratoren die dit wél kunnen worden vaak niet in het ontwerpproces betrokken, daar gaan we in dit project verandering in brengen.” Samen met BlueCity selecteerden Sylvia en Marjolein vijf van dit soort cases om écht stappen mee te maken. Ze kijken wat het struikelblok is, wat en wie er vervolgens nodig zijn en hoe de partijen in de keten kunnen aansluiten.

Volledig herfabriceren van componenten en op termijn zelfs schepen?

Want zonder keten geen zaken. Dit begrijpt AEGIR-Marine als geen ander. Dit bedrijf heeft de ambitie om een tunnel thruster, een grote schroef achteraan het schip, volledig te ‘remanufacturen’ oftewel herfabriceren. Deze thruster is twintig jaar oud, maar AEGIR wil deze terugbrengen naar nieuwstaat en ook als nieuw certificeren. “Hij is dan wel 40-60% goedkoper, en je bespaart zowel materialen als de impact op de omgeving, oftewel de ‘ecologische footprint’ met zo’n 60-80%,” legt Sylvia uit.

Maar om zo’n herfabricage succesvol te realiseren, zijn meerdere marktpartijen nodig. Vaak begint het met één aanjager, zoals deze partij. “Het is een persoonlijke missie voor hen; ze willen een duurzame wereld achterlaten voor hun kinderen en kleinkinderen en nodigen andere partijen uit om zich te voegen bij het Maritime Remanufacturing Network.” Om het project te laten slagen, is ook een klassebureau nodig, want zij moeten de componenten en schepen certificeren zodat ze mogen varen. “Gelukkig is Bureau Veritas aangehaakt. Daarnaast zoek je een scheepseigenaar die met deze ‘herboren’ schroef wil varen en een financier die het project wil ondersteunen. En de inschatting is dat dit voor zo’n 30 andere componenten ook kan.” De grote droom naar aanleiding van een goed gesprek met Roel de Graaf van Netherlands Maritime Technology: “componenten zijn het startpunt, maar hoe mooi zou het zijn als we straks in Nederland complete schepen kunnen terugbrengen in nieuwstaat?”

Levensduurverlenging

Een grote circulaire kans op korte termijn is levensduurverlenging van de bestaande vloot. Hiermee benut je bestaand materieel langer en stel je nieuwbouw uit. Maar dan moet dit wel economisch rendabel zijn én moet het schip voldoen aan de meest recente duurzaamheidseisen. Met Royal Roos – een vernieuwend maritiem ingenieursbureau uit Rotterdam – onderzoeken ze de ‘retrofit’ mogelijkheden; welke technologie aan boord van welk schip levert het beste resultaat? Door toeleveranciers en reders (scheepseigenaren) bij elkaar te brengen werken we toe naar concrete pilots en dus gevalideerde oplossingen om meer uit de bestaande vloot te halen.

Niet alle uitdagingen zijn technologisch van aard overigens. In de tankerwereld worden reders gehouden aan een maximale levensduur van 18-20 jaar als zij opereren voor olie-en gasmaatschappijen. “Het is daarom gebruikelijk om tankers relatief jong door te verkopen,” legt Marjolein uit. “Inmiddels zitten we met een vooruitstrevende reder aan tafel die wil verkennen hoe het anders kan en we de (bestaande) vloot langer kunnen inzetten, daarmee nieuwbouw uitstellen en tegelijkertijd duurzamer gaan varen. Geen makkelijk vraagstuk, wel ontzettend gaaf én impactvol als we daar beweging in krijgen. En die olie-en gasmaatschappij hebben we inmiddels ook aangehaakt.”

Circulariteit staat nog niet heel erg lang expliciet op het netvlies van de maritieme sector, hoewel bepaalde principes van oudsher wel in de basis zitten. Maar wat is circulair denken precies? Dat is feitelijk het slimmer omgaan met materialen en waardebehoud. Hoe kunnen we minder materiaal gebruiken, het materiaal dat we gebruiken zo lang en hoogwaardig mogelijk inzetten en onze afhankelijkheid reduceren. In de maritieme sector betekent dit bijvoorbeeld dat schepen en hun onderdelen een tweede leven krijgen. Denk aan ‘remanufacturing’, ofwel het herfabriceren van oude scheepsonderdelen. Anders dan bij reviseren, dat al sinds jaar en dag gebruikelijk is, kunnen onderdelen na herfabricage als nieuw in de markt worden gezet. Of het modulair ontwerpen van schepen zodat deze gedurende hun levensduur kunnen worden aangepast naar een andere voortstuwing én met het einde van hun levensduur in gedachten.

Boekhoudkundige leeftijd van een schip bijstellen door goed onderhoud en retrofitting

Die maximale levensduur zit overigens ook in de weg als scheepseigenaren hun schepen willen herfinancieren. Wat als de boekhoudkundige leeftijd en waarde van een schip bijgesteld kan worden door goed onderhoud en retrofitting, waardoor het schip jonger op de balans komt te staan?  “We zijn in gesprek met de KNVR, NMT en verschillende financiers om te kijken hoe we dit kunnen aanpakken. Als we een schip dat goed onderhouden is kunnen herwaarderen, wordt het aantrekkelijker voor financiers om te investeren in ‘oudere’ schepen. Daar heeft de hele sector baat bij”, benadrukt Marjolein.

“Dit principe willen we ook toepassen op de bestaande binnenvaartvloot”, legt Sylvia uit. De Rotterdamse scheepseigenaar Kotug wil levensduurverlenging toepassen door bestaande binnenvaartschepen om te bouwen tot bakken die vervolgens met een e-pusher aangedreven worden. “Met de werkgroep proberen we aan te tonen dat dit idee haalbaar én financierbaar is en we verkennen wat ervoor nodig is om dit op schaal te gaan doen. Er varen immers 10.000 Europese binnenvaartschepen rond die op termijn allemaal verduurzaamd moeten worden, waarom zou je deze vervangen als je ze ook kunt ombouwen?”

Welke keuzes maak je vooraf in het ontwerp?

“Ook zijn we in gesprek met CMT (Circular Maritime Technologies) die kijkt hoe je een schip in Nederland kan ontmantelen.” Eerst wordt het schip ontdaan van componenten die in zijn geheel hergebruikt kunnen worden (aanwas dus voor het Maritime Remanufacturing Network), waarna het schip als het ware door een broodsnijmachine wordt gehaald. Waardoor het schip er volledig in plakken uitkomt en verder verwerkt kan worden. Dankzij automatisering én goede reiniging kunnen materialen hoogwaardig worden hergebruikt, waarmee de business case bereikbaar wordt. Komend jaar wordt een testopstelling gemaakt en heeft CMT als doel het financieringsconsortium voor een pilot werf rond te hebben. “Een testopstelling is kostbaar, maar met het oog op de steeds schaarser wordende materialen wordt de noodzaak om deze in Nederland te behouden steeds groter en dit idee haalbaarder.”

En dat ontmantelen moet je eigenlijk al meenemen als je start met het ontwerpen van schepen, hier begint circulariteit namelijk. Welke keuzes maak je al vooraf in het ontwerp? “Dit gebeurt eigenlijk nog maar heel weinig,” merkt Sylvia op. In de praktijk vraagt de klant er nog niet voldoende naar, dus een werf gaat er niet zomaar extra tijd en uren aan besteden. Gelukkig zien we dat modulair ontwerpen steeds populairder wordt.” Het idee is dat schepen hierdoor makkelijker aanpasbaar zijn naar de brandstoffen van de toekomst en dat componenten en materialen (grotendeels) herbruikbaar zijn, iets dat duurzaamheid en circulariteit ten goede komt. En dat draagt positief bij aan onze strategische autonomie als maritieme natie.

Onderdeel van een groter geheel

In dat licht is afgelopen jaar ook de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie gepubliceerd, met als titel ‘No guts, no Hollands Glorie. Deze is opgesteld voor het behouden en versterken van onze maritieme sector, die een ontzettend belangrijke rol in onze economie én samenleving speelt. Bijna alle producten die we dagelijks gebruiken, van koffie en thee tot onze schoenen en laptops, komen via een schip naar ons toe. 90% van alle goederen wereldwijd wordt vervoerd over zee.

Binnen de Drechtsteden en Rotterdam wordt momenteel gewerkt aan de Werf van de Toekomst, een van de koploperprojecten binnen de Sectoragenda, in samenwerking met verschillende bedrijven, Deal, NMT en Maritime Delta. Circulariteit speelt een belangrijke rol in dit project, waarbij de verbinding wordt gelegd met bestaande kennis en kunde die is opgedaan vanuit de verkenning van de Maritime Sisters en BlueCity en de opvolging daarvan. Naast de vijf cases die de komende maanden verder uitgewerkt worden, wordt ook onderzoek op het gebied van kritieke materialen opgestart. “Wat is de status, wanneer raakt iets op? En hoe kunnen we slimmer met onze schaarse materialen omgaan? Hard nodig, om de sector weerbaarder te maken naar de toekomst toe.” Ook zullen er jaarlijks tenminste vijf nieuwe circulaire casussen worden opgepakt.

Onze ambitie is helder: de schepen die in 2030 vanuit het Maritiem Masterplan het water in gaan zijn idealiter circulair ontworpen en daarmee bouwt Nederland niet alleen duurzame maar ook de best ontmantelbare schepen. Ook de vruchten van circulariteit plukken op commercieel en strategisch vlak? Kortom: wil je meedoen of meer weten? Neem dan contact op met Maritime Sisters via circulair@maritimesisters.com.

Ondernemerskoppel Fulko Roos en Veronica Breed

Royal Roos met duurzame retrofit de wereld over: ‘de meerwaarde zit echt bij het mkb’

Op zoek naar innovatie? Dan ben je bij het Rotterdamse Royal Roos aan het juiste adres. Onder leiding van het ondernemerspaar Fulko Roos en Veronica Breed — Veronica cruciaal in de strategische planning — laat het bedrijf zien hoe complementaire vaardigheden kunnen leiden tot groot succes. Fulko bedenkt de ideeën, terwijl Veronica de regie voert over de invulling daarvan. Met bijna 30 werknemers, een eigen walstroomaansluiting, 1500 m² aan zonnepanelen op het dak, en een tweede vestiging in het Spaanse Ferrol, toont Royal Roos aan dat er geen grenzen zijn aan wat ze kunnen bereiken. Toch blijven ze, als vaste waarde in de Merwe-Vierhavens (M4H) van Rotterdam, pleiten voor meer erkenning van MKB-innovaties. Maritime Delta spreekt het koppel tijdens het jaarlijkse Maritiem Innovatie Diner. Wat is hun aanpak en waar kunnen we van leren?

Sinds 2009 zet Royal Roos zich als maritiem ingenieursbureau in om de sector duurzamer en efficiënter te maken. Als pionier in het ontwerpen van retrofitoplossingen voor bestaande schepen, van luchtsmeringssystemen voor schepen tot innovatieve windaandrijvingssystemen, demonstreert het bedrijf de kracht van mkb-partijen om betekenisvolle technologische vooruitgang te boeken. Ze doen echter meer, zodat je inmiddels kunt spreken van een maritieme innovator met visionaire blik. In alles wat het bedrijf bedenkt zit een duurzaamheidsaspect. “Uiteindelijk moeten we toch, gezien de schaarste van materialen, hoge staalprijzen, het afnemende gebruik van fossiele brandstoffen en klimaatverandering. Het heeft geen zin om af te wachten,” zegt Veronica Breed, de CFO van het bedrijf.

Deze visie op innovatie komt ook meermaals aan bod tijdens het Maritiem Innovatie Diner, ditmaal gehouden op het terrein van Royal Roos en VSTEP Simulation, waar de maritieme sector in groten getale bijeenkomt om betekenis te geven aan samenwerking. “We hebben de potentie om samen de sector fundamenteel te veranderen,” aldus Roos, die de avond gebruikt als springplank voor toekomstige samenwerkingen en innovaties.

Ondernemerskoppel Fulko Roos en Veronica Breed

Mkb onmisbaar voor succesvolle energietransitie

Daarnaast wil hij vanuit zijn rol als bestuurslid van Maritime Delta benadrukken dat het mkb onmisbaar is voor een succesvolle energietransitie en het bevorderen van circulariteit. “Het mkb kan de uitvoering verzorgen en heeft bewezen langdurig te kunnen blijven bestaan. Hun structuur en financiën zitten vaak goed in elkaar. Bij startups kan dit soms problematisch zijn, omdat het moeilijker is om een idee tot volwassenheid te brengen. We hebben meer stimulansen nodig voor het maritieme mkb. En er komt nog veel werk op ons af, zoals aangegeven in de sectoragenda.”

“Bij Royal Roos geloven we in de kracht van holistische innovatie. Het draait om het integreren van technologie, duurzaamheid, en ondernemerschap.” – Fulko Roos

Een statiegeldsysteem voor duurzame cradles

Roos en Breed nemen het voortouw door stapje voor stapje een idee tot volle wasdom te laten komen. Een voorbeeld daarvan is het gebruik van 3D-printtechnologie om grote maritieme onderdelen te vervaardigen, een proces dat traditioneel veel tijd en middelen kostte. Deze technologie maakt het mogelijk om componenten snel en kosteneffectief te produceren, wat bijdraagt aan zowel de duurzaamheid als de flexibiliteit van hun operaties. Fulko Roos legt uit: “Met 3D-printen kunnen we complexe onderdelen veel sneller maken. Dit geeft ons de flexibiliteit om snel in te spelen op de behoeften van onze klanten.”

Royal3D, de 3D-printoplossing van Royal Roos, richt zich vooral op het ontwikkelen van duurzame cradles voor de offshore-industrie, die gebruikt worden voor het vervoer van grote onderdelen zoals windmolencomponenten. In plaats van deze cradles slechts één keer te gebruiken en vervolgens weg te gooien, wil Royal Roos een circulaire benadering stimuleren. “We streven naar een soort statiegeldsysteem,” zegt Fulko. “Als we de cradles later weer kunnen innemen, kunnen we ze hergebruiken of recyclen tot nieuwe producten. Zo maken we de offshore-industrie duurzamer en efficiënter.”

Weerstand verminderen van een schip

Bij elke ton conventionele brandstof, zoals heavy fuel oil (HFO), worden ongeveer 3,2 ton CO2 uitgestoten. Als de belasting op CO2-uitstoot oploopt tot bijvoorbeeld honderd dollar per ton, dan leidt dit tot extra kosten van 300 dollar per ton brandstof. Royal Roos pleit er daarom voor om het grotere geheel te zien: “Als je kijkt naar biodiesel, is er gewoon niet genoeg beschikbaarheid van biomassa voor auto’s, vliegtuigen, transport en schepen. Dus als je de weerstand kunt verminderen, heb je automatisch minder brandstof nodig,” zegt Fulko Roos. Dit is waar luchtsmering en andere retrofitoplossingen een enorme rol kunnen spelen in het verbeteren van de efficiëntie en het verlagen van de emissies. Luchtsmering werkt door een dunne laag lucht tussen de romp van een schip en het water te creëren, waardoor de wrijving vermindert en de efficiëntie verbetert.

Innovatie holistisch benaderen

Door innovatie vanuit een holistisch perspectief te benaderen, ziet Royal Roos dan ook het belang van samenwerking en het delen van kennis tussen bedrijven, scheepswerven, en educatieve instellingen. “Steeds meer productiecapaciteit willen we in Europa houden, maar we moeten concurreren met startups en andere bedrijven die technisch talent aantrekken,” zegt Roos. “Daarom werken we nauw samen met hogescholen en universiteiten, zoals de Universiteit van Delft en het STC in Rotterdam, om bijvoorbeeld een minor op te zetten rond retrofits. Het gaat om het delen van kennis en het opleiden van de volgende generatie maritieme professionals.” Hier komen dan ook veel disciplines bij elkaar, zoals structural engineering, ontwerp, piping & systems, werktuigbouwkunde en constructiewerk.”

Synergie voelbaar tijdens Maritiem Innovatie Diner

Tijdens het diner in de bedrijfshal van Royal Roos komt een breed gezelschap bijeen, waaronder grote maritieme bedrijven, MKB’s en overheden. Een diverse mix, aangevoerd door grote spelers als Damen, Van Oord en Boskalis, met het doel om synergie te creëren en onderlinge samenwerking te bevorderen. Femke Brenninkmeijer en Peter Goedvolk spreken tijdens het Maritiem Innovatie Diner over het belang van samenwerking en hoe deze synergie kan bijdragen aan het versterken van de maritieme sector.

Het panelgesprek, geleid door Dirk Koppenol, senior researcher en adviseur haventransitie bij Erasmus UPT, richt zich op de uitdagingen van het opschalen van innovaties en het versterken van de maritieme gemeenschap. Dit is relevant omdat het thema van de paneldiscussie focust op de strijd van de maritieme industrie met “supervolwassen markten en onvolwassen innovaties.” Starre bedrijfsstructuren en een gebrek aan risicodragende investeringen belemmeren vaak innovaties, waardoor bedrijven terughoudend worden in het nemen van risico’s.

Karin Govaert, directeur van Rivermaas, merkt op dat Rotterdam, de grootste haven van Europa, geen gebrek heeft aan onderwijs en ondernemerschap, maar dat het opschalen van innovaties nog steeds een uitdaging is. “De maritieme sector bestaat uit zeer competitieve ketens,” legt ze uit. “Het is daarom belangrijk om de ‘first movers’ te ondersteunen, want zij durven risico’s te nemen.”

“Open innovatie is de sleutel tot succes in de maritieme industrie. Door kennis en middelen te delen, kunnen we samen sterkere en duurzamere oplossingen creëren.” – David Roodenburg, STC Group

Marco Hoogendoorn, directeur van Holland Shipyards Group, wijst erop dat risicomijdend gedrag in de sector vaak de innovatie vertraagt. Hij noemt het voorbeeld van Roboat, de bedenkers van de autonome veerboot die tijdens de Olympische Spelen zal worden onthuld, een project dat tijdens een borrel werd geboren. Dit toont aan dat innovaties vaak ontstaan op onverwachte manieren en uit onconventionele hoeken. “De werven zijn de facilitators van ongelooflijk veel technologie,” zegt hij. “Maar er zijn zoveel randvoorwaarden bij grote subsidies, en het kan lastig zijn om naar de markt te kijken en te zien waar de investeringsuitdagingen liggen.”

Marlies Sikken, directeur van Smartport, voegt eraan toe dat bedrijven over hun eigen schaduw moeten durven stappen. “Je kunt een innovatie geen test noemen als er zoveel variabelen meespelen,” was een reactie vanuit de zaal. “We moeten begrijpen hoe de keten werkt en hoe we samen kunnen werken om de maritieme industrie te versterken.”

Terug naar Royal Roos – op de vloer van het diner

Bij Royal Roos wordt innovatie niet alleen uitgesproken maar ook uitgevoerd. Zo werken ze momenteel aan een project om twee sleepboten aan te sluiten op walstroom, waardoor ze in de wintermaanden minder brandstof hoeven te gebruiken. Fulko Roos staat pal voor zijn ideeën: “We leren zoveel mogelijk van de innovaties die we doen. Die kennis kunnen we gebruiken voor andere systemen die je inbouwt in schepen.”

Veronica Breed voegt eraan toe dat grote partijen vaak traag kunnen veranderen. “Als je als reder 100 schepen hebt, begin je met één of twee schepen en kijk je wat werkt,” legt ze uit. Dit toont de pragmatische benadering van Royal Roos, waarbij ze hun innovaties geleidelijk in de praktijk brengen en leren van elke stap. Het helpt dat klanten wereldwijd steeds meer eisen dat vervoersmaatschappijen zo duurzaam mogelijk werken. Hoewel de markt nog niet heel groot is, groeit de vraag naar duurzame maritieme oplossingen.

De ambitie van Royal Roos reikt echter verder. Ze onderzoeken momenteel of ze robotarmen uit composietmateriaal kunnen printen voor gebruik op zee, een technologie die veelbelovend is vanwege de combinatie van sterkte en lichtheid. Na een avond vol inspirerende discussies, reflecties en netwerkgesprekken kijken Fulko en Veronica tevreden terug. Roos concludeert: “Dit soort evenementen is cruciaal om de synergie te vinden tussen alle partijen in de sector. Het helpt ons om gezamenlijk de uitdagingen van morgen aan te pakken.”

Overzichtsfoto tafels tijdens diner

De avond werd afgesloten met een inspirerende spoken-word-uitvoering van Ayla Schneiders, Studio Winwin en Strateeg voor bureau Thaesis, die de boodschap van het diner prachtig samenvatte:

“Morgen maken
Dus moeten we flink falen
Want dan kunnen we opschalen
En dat kan alleen samen.”

Het jaarlijkse Maritiem Innovatie Diner (voorheen Maritime Delta Diner) wordt georganiseerd door Maritime Delta en het Rotterdam Maritime Board. Meer dan 150 genodigden kwamen bij elkaar om de krachten te bundelen, netwerken en vooral in te zetten op thema’s als innovatie, investeringen, leiderschap, circulariteit en maritieme maakindustrie. Uiteraard werd er stil gestaan bij de recent verschenen Nationale Sectoragenda Maritieme Maakindustrie en lichtte Kees van der Staaij de kansen toe voor de regio. Gedeputeerde Jeannette Baljeu onderstreepte dit later en met de introductie van regio-liason Reinier van Winden is er logische linking pin met de Regionale Maritieme Agenda en de maritieme inzet in de regio.

Meer weten? Neem contact op met Tessa Luijben.

laadboei innovatie Scheveningen

Nieuwe innovatie in Scheveningen: Drijvende laadboei voor duurzamere scheepvaart

De maritieme sector staat bekend om zijn voortdurende streven naar innovatie en efficiëntie, en de nieuwste ontwikkeling aan de kust van Scheveningen is daar een levendig bewijs van. Een ambitieus project is in gang gezet om een drijvende laadboei te introduceren, gericht op het verkennen van nieuwe mogelijkheden voor laadinfrastructuur en het verminderen van emissies voor schepen die voor anker liggen.

De doelstellingen van dit baanbrekende project zijn helder: het onderzoeken van de technische en economische haalbaarheid van een drijvende laadboei voor de kust van Scheveningen. Met de groeiende bezorgdheid over de impact van scheepvaartemissies op het milieu, is dit initiatief een veelbelovende stap in de richting van duurzamere maritieme praktijken.

Win-win oplossing

Een van de belangrijkste voordelen van deze innovatieve laadboei is de potentiële bijdrage aan het verminderen van stikstofdepositie en andere schadelijke emissies. Door schepen de mogelijkheid te bieden om ‘aan de stekker’ te blijven terwijl ze wachten, wordt het gebruik van fossiele brandstoffen tijdens deze periode geëlimineerd. Dit leidt niet alleen tot een vermindering van de milieu-impact, maar ook tot aanzienlijke kostenbesparingen op lange termijn voor de scheepvaartindustrie.

Het ontwerp van de drijvende laadboei maakt gebruik van een slimme combinatie van bestaande technologieën, waaronder een laadpunt/boei, een stekker en de benodigde technologie aan boord van het schip. Door deze innovatieve benadering kunnen schepen efficiënt worden opgeladen zonder dat ze hun motoren hoeven te laten draaien, waardoor niet alleen de emissies worden verminderd, maar ook het geluid en de luchtvervuiling in de omgeving worden verminderd.

Krachten bundelen

De nauwe samenwerking tussen verschillende betrokken organisaties, waaronder de provincie Zuid-Holland, Knutsen, Rijkswaterstaat en het Havenbedrijf Rotterdam maakt deze ontwikkeling uniek. Door hun expertise en middelen te bundelen, hebben ze een gezamenlijke inspanning geleverd om de haalbaarheid van deze baanbrekende technologie te onderzoeken en te bevorderen.

“Maritime Delta fungeert als katalysator voor innovatie en samenwerking binnen de maritieme sector. Door het faciliteren van partnerschappen en het bevorderen van kennisdeling, dragen we bij aan baanbrekende projecten zoals de introductie van de drijvende laadboei in Scheveningen, die niet alleen de industrie transformeert, maar ook een duurzame toekomst bevordert.” – Edward Gilding, Maritime Delta.

Na presentatie van de eerste resultaten, waaronder schattingen van stikstofuitstoot, technologische en financiële haalbaarheid, is het project nu klaar om verdere stappen te zetten. Vervolgstappen omvatten het verkennen van samenwerkingsmogelijkheden en het ontwikkelen van concrete plannen voor implementatie.

Met de focus op duurzaamheid en efficiëntie belooft de drijvende laadboei in Scheveningen te dienen als een inspirerend voorbeeld voor vergelijkbare initiatieven in de maritieme sector. Maar eerst is er werk aan de winkel…

Meer weten over dit project?

Mail ons

 

Petroleum engineer Ali, die om politieke redenen zijn thuisland Iran verliet, vond zo passend werk: Port of Opportunities detacheerde hem bij ADM Europoort.

Statushouder Ali vond werk in Rotterdamse haven: ‘Samenwerkingen als deze geven me hoop’

In de Rotterdamse haven staan meer dan achtduizend vacatures open. Om het arbeidskapitaal te versterken, maken partijen als Port of Opportunities werk van diversiteit en inclusie. Petroleum engineer Ali, die om politieke redenen zijn thuisland Iran verliet, vond zo passend werk: Port of Opportunities detacheerde hem bij ADM Europoort.

Trein, metro, Maasvlaktehopper, benenwagen en vice versa – iedere dag weer. Vier uur doet Ali Zamali (30) erover om van en naar ADM Europoort in de Rotterdamse haven te komen. De wekker gaat in alle vroegte, terwijl zijn werk hemelsbreed nog geen dertig kilometer van zijn huis in Den Haag ligt. En als hij aan het begin van de avond weer thuis is, besteedt hij nog minimaal een uur aan het leren van de Nederlandse taal. Dat is toewijding. Ali: ‘Ik heb het er voor over. Vanaf het eerste moment dat ik hier binnenstapte, was ik enthousiast.’

‘Ik heb in Griekenland gezien dat het ook anders kan’

ADM is wereldwijd een van de grootste agrarische verwerkers en leveranciers van voedingsmiddelen. Ali werkt er als gedetacheerde process engineer in de raffinaderij voor sojabonen en raapzaad. ‘De combinatie van scheikunde en engineering past me als een jas. Bovendien staan collega’s voor me open en wordt mijn kennis op waarde geschat. Dat maakt het voor mij als nieuwkomer makkelijker om onderdeel te worden van de groep. Ik koester deze plek, ik heb in Griekenland gezien dat het ook anders kan.’

Petroleum engineer Ali, die om politieke redenen zijn thuisland Iran verliet, vond zo passend werk: Port of Opportunities detacheerde hem bij ADM Europoort.

‘The real education is unofficial’

Ali groeit op in Persepolis in het zuiden van Iran, de stad met zijn eeuwenoude ruïnes. Hij is een nieuwsgierige jongen, wil leren, en verdiept zich onder meer in de natuurwetenschappen en filosofie. Maar, benadrukt hij, de transformatie die hij heeft doorgemaakt als mens is pas echt vormend geweest voor hem. Hij doelt op zijn besluit om Iran te verlaten in 2016. Ali is dan net afgestudeerd als petroleum engineer en concludeert dat hij geen toekomst heeft in zijn thuisland.

‘Niemand weet wat er gaat gebeuren, je bent daar niet veilig’

De keuze om te vertrekken was geen gemakkelijke. ‘Toen mijn vader overleed kon ik niet op zijn begrafenis zijn, mijn moeder en zus heb ik jaren geleden voor het laatst gezien. Er zijn momenten geweest waarop ik spijt had van mijn keuze.’ Ruim zeven jaar na zijn vertrek probeert Ali een leven op te bouwen in Nederland. Omzwervingen brachten hem hier. Eerst probeerde hij het in Turkije. ‘Misschien herinner je je de coupplegers daar nog? Mijn vader zei: ‘Niemand weet wat er gaat gebeuren, je bent daar niet veilig.’ Ali waagde zijn kans en maakte de overtocht naar Europa. In Griekenland belandde hij opnieuw in een chaotische situatie. ‘Er is daar veel werkloosheid, zeker als migrant maak je weinig kans op een baan.’

Via een scholarship van de Amerikaanse ambassade kreeg Ali uiteindelijk de mogelijkheid om te studeren. ‘Ik heb er twee masters afgerond. Zo heb ik toch het beste gemaakt van mijn tijd daar.’ De ervaringen hebben hem verrijkt, zegt hij. Om het van de positieve kant te bekijken: hij weet nu wie hij is en wat hij wil. ‘‘The real education is unofficial’, zei mijn vader altijd. Eenmaal in Nederland wist ik wat ik wilde: settelen en een baan vinden, het liefst iets met energie, water of biomassa. ADM is de perfecte combinatie van wat ik leuk en interessant vind.’

Inclusieve haven

Ali vond de baan met dank aan recruitmentbureau Port of Opportunities. Oprichter Max Sips: ‘De toestroom van arbeidskrachten vanuit scholen loopt al jaren terug, terwijl het aantal openstaande vacatures toeneemt.’ Alleen al in de Rotterdamse haven staan meer dan achtduizend vacatures open. ‘Bij de groep mensen met een migratieachtergrond ligt een enorm arbeidspotentieel.’

Port of Opportunities is een van de expertpartners van Maritime Delta. Het samenwerkingsverband voor de maritieme industrie in Zuid-Holland wil onder meer het arbeidskapitaal in de sector versterken en ziet daarbij een belangrijke rol voor diversiteit en inclusie. Om de ambitie van een ‘Inclusieve Haven’ vorm te geven, hebben Havenbedrijf Rotterdam, TNO, en Deltalinqs in 2023 een significante stap ondernomen. Maritime Delta heeft een kwartiermakersbijdrage gegund, wat de basis legde voor het mogelijk maken van een samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken partijen. De doelstelling: ‘bewegen naar ondernemen met impact, inspirerend inclusief zijn, intrinsieke motivatie losweken en aandacht hebben voor de mens achter de werknemer.’

‘Natuurlijk zijn er uitdagingen, maar daar helpen we hem bij’

Veel toegevoegde waarde

Volgens Max van Port of Opportunities hebben nieuwkomers veel toegevoegde waarde voor bedrijven in de Rotterdamse haven. ‘Kijk maar naar Ali. Niet alleen zijn kennisniveau is indrukwekkend, hij heeft ook een enorme drive en is leergierig. ‘Als ik maar kan werken,’ zei hij steeds. Natuurlijk zijn er uitdagingen, zoals de taal, maar daar helpen we hem bij.’

Brenda Warmer, hr-manager bij ADM, onderschrijft de visie van Max. ‘Port of Opportunities wil migranten een plek bieden op de arbeidsmarkt op hun eigen niveau. Dit uitgangspunt sluit nauw aan bij de sociale organisatie die wij zijn, bij de manier waarop we in de maatschappij staan. In eerste instantie solliciteerde Ali voor een functie waarbij een goede beheersing van de Nederlandse taal een vereiste is. Maar we waren dusdanig onder de indruk van Ali’s persoonlijkheid en kunde dat we hebben gezocht naar een geschikte, meer internationale plek binnen ons bedrijf. Een plek waar hij rustig kan wennen en zich het Nederlands eigen kan maken op zijn eigen tempo.’

 

‘Wat ons betreft is dit niet het laatste succesverhaal’

Geen vanzelfsprekendheid

Ali is Port of Opportunities en ADM dankbaar. ‘Een samenwerking als deze geeft me hoop – niet alleen voor mezelf, voor iedereen, voor de maatschappij.’ Ook voor ADM smaakt het naar meer. Brenda: ‘Hoewel we een internationaal bedrijf zijn, is het de eerste keer dat we op deze manier de kans hebben gegeven aan een nieuwkomer. We hebben van Ali’s verhaal geleerd dat het maatwerk is. Het is belangrijk om per persoon te kijken wat past en nodig is. Die tijd en aandacht betaalt zich terug. Wat ons betreft is dit niet het laatste succesverhaal.’

Petroleum engineer Ali, die om politieke redenen zijn thuisland Iran verliet, vond zo passend werk: Port of Opportunities detacheerde hem bij ADM Europoort.

Max is blij dat een groot bedrijf als ADM het potentieel ziet van de doelgroep die hij met Port of Opportunities aan het werk probeert te krijgen. ‘Het is geen vanzelfsprekendheid. In de haven vind je echt nog conservatieve bedrijven waar vreemd wordt opgekeken als er iemand met een andere achtergrond binnen komt lopen. Wat best gek is, want een haven is van oudsher een plek van komen en gaan, waar mensen met verschillende achtergronden zich mengen in onze economie.’

 

Tot het kwartje ook bij de anderen valt, richt Port of Opportunities zich op de bedrijven die de waarde inzien van werknemers zoals Ali. ‘Ik denk dat veel bedrijven niet assertief genoeg zijn, enigszins liggen te slapen. We hebben vijftig mensen klaarstaan die zo aan de slag kunnen. We vinden er nog veel meer als ieder bedrijf in de Rotterdamse haven zegt: we doen mee.’

Rijbewijs

Nu Ali een baan heeft op zijn niveau, bij een bedrijf waar zijn interesse ligt, is het tijd om vooruit te kijken. ‘Ik wil hier graag settelen, een leven opbouwen. Verdergaan op het pad dat ik ben ingeslagen. Ik wil leren over de geschiedenis van Nederland, over de cultuur. En heel belangrijk: contact leggen met mensen, vrienden maken. Dat mis ik nu. Maar alles kost tijd.’

‘Hopelijk slaag ik, dan kan ik mijn wekker verzetten’

De eerste stap? Ali lacht: ‘Mijn rijbewijs natuurlijk.’ Hij is volop bezig, daarbij gesteund door Port of Opportunities, dat de kosten op zich neemt. Max: ‘De winst die we maken laten we terugvloeien naar de professionals die we hebben geplaatst. Voor Ali is een rijbewijs van groot belang.’ Over een week mag hij afrijden. Ali: ‘Hopelijk ga ik slagen. Dan kan ik mijn wekker verzetten.’

Op zoek naar gekwalificeerde en gedreven mensen? Maak werk van diversiteit en neem contact op met Port of Opportunities. Lees ook het verslag van de Human Capital-bijeenkomst op 7 september 2023 over het aantrekken van talent en diversiteit en inclusiviteit in de maritieme sector: Als het bedrijfsleven samenwerkt, kunnen we ver komen

 

Nationale Sectoragenda maritieme maakindustrie: Vijf actielijnen van innovatie, vestigingsklimaat tot inkoop

In Rotterdam heeft gezant Marja van Bijsterveldt de sectoragenda gepresenteerd aan ministers Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat), Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) en staatssecretaris Christophe van der Maat (Defensie). De focus ligt op het behoud van onze veiligheid, versnelling van de energietransitie en het versterken van economische en militaire veiligheid. Deze agenda benadrukt hoe cruciaal de scheepsbouw is voor Nederland. Onze sector staat centraal in het waarborgen van vitale infrastructuur, bescherming tegen water en het leiden van de energietransitie.

Om deze doelen te bereiken, investeren de overheid en de sector gezamenlijk € 60 miljoen in innovatieve scheepsbouw in de jaren 2024 en 2025. Dit geld zal worden ingezet voor technologische en duurzame innovatie, waarbij de focus ligt op het versterken van onze maritieme positie en het vermijden van ongewenste afhankelijkheden op bijvoorbeeld het gebied van veiligheid.

Marja van Bijsterveldt (kabinetsgezant): “Ten onrechte wordt onze maritieme maakindustrie beschouwd als een rustig bezit. Samen met andere landen in Europa zijn we in enkele decennia een overgroot deel van ons mondiale marktaandeel voor commerciële zeeschepen kwijtgeraakt aan Azië. Van 45% procent in de jaren ’80 naar 4% nu gemeten in gebouwd scheepsvolume. Met visie en stevige overheidssteun aan bedrijven neemt Azië en recent met name China stap voor stap onze industrie over, ook voor complexere schepen. Een schip bouwen in Nederland is volgens reders inmiddels 20% tot 40% duurder dan in Azië. Schrikbarende cijfers, die uiteindelijk desastreus zullen uitpakken als wij het tij niet weten te keren. Nederland is afhankelijk van schepen voor onze veiligheid, droge voeten, energietransitie en welvaart. We kunnen ons niet langer het laissez-faire beleid van de afgelopen decennia permitteren.”

Vijf actielijnen van innovatie, vestigingsklimaat tot inkoop 

Sector en kabinet gaan aan de slag met 25 maatregelen voor 25 knelpunten, gebundeld in vijf actielijnen. Zo wordt in een formele aanwijzing (instructie) voor de gehele Rijksoverheid vastgelegd dat nationale belangen beter meegewogen moeten worden bij de inkoop van schepen. Overheid en sector gaan werken aan het verbeteren van de financiering en fiscale zeevaartregelingen. Ook wordt er geïnventariseerd hoe aantrekkelijk gelegen scheepswerven beter beschermd kunnen worden tegen de dreiging van woningbouw. De sector gaat zelf aan de slag met het personeelstekort aanpakken.

Vijf koploperprojecten voor impuls

Naar aanleiding van de agenda werken sector en kabinet ook samen vijf koploperprojecten uit. Deze projecten betekenen een grote impuls voor de inzet van nieuwe technologieën, werkwijzen en verdienmodellen bij de productie, ombouw en reparatie van schepen. Voorbeelden van koploperprojecten zijn De werf van de toekomst en de Nucleaire voortstuwing van schepen.
Met De werf van de toekomst moeten de bouwkosten met 10-15% verlaagd en de bouw verduurzaamd worden via digitalisering en robotisering. Met Nucleaire voortstuwing van schepen wordt verkend hoe nucleaire technologie kan worden toegepast om onze scheepvaart te verduurzamen en lange termijn op zee te laten verblijven. Ook het Maritiem Masterplan behoort tot de koploperprojecten. Dit plan om tot 40 duurzaam varende schepen te bouwen die varen op bijvoorbeeld LNG, methanol, waterstof en zelf CO2 afvangen, ontving dit jaar €210 miljoen ondersteuning vanuit het Nationaal Groeifonds.

De sectoragenda onderscheiden de volgende vijf baanbrekende koplopersprojecten:

  1. Maritiem Masterplan
  2. De werf van de toekomst
  3. Smart Maritime
  4. Robotisering wind op zee
  5. Nucleaire voortstuwing van schepen

Regionale verankering in Regionale Maritieme Agenda

Bijna 50% van onze industrie is verankerd in de Zuid-Hollandse regio, van de Tweede Maasvlakte tot aan Werkendam. Vooral de diversiteit en volledigheid van clusters zoals Rotterdam, Drechtsteden en Stellendam worden geroemd. Deze clusters vormen de ruggengraat van onze sector en spelen een sleutelrol in het versterken van onze commerciële positie.

Om deze groei te ondersteunen, is samenwerking essentieel. Door betere ketensamenwerking en het regionaal samenbrengen van toeleverclusters en ecosystemen, kunnen we schaal creëren. Dit versterkt niet alleen onze commerciële positie maar zorgt ook voor een veerkrachtige en bloeiende maritieme sector voor de toekomst.

onder meer:

Rotterdam & Drechtsteden

Rotterdam en Drechtsteden vormen essentiële schakels in onze maritieme maakindustrie. Deze regio’s bieden een breed scala aan activiteiten en bedrijven, van scheepswerven tot toeleveranciers. Hoewel deze clusters wereldwijd bekend zijn, staan ze voor ruimtelijke uitdagingen, en de baggerscheepsbouw, een belangrijke pijler, staat onder druk. Toch blijft de samenwerking tussen Rotterdam en Drechtsteden een voorbeeld van sterke synergie en innovatie.

Werkendam

Hoewel Werkendam in de provincie Brabant ligt, is het binnen de maritieme delta een zeer belangrijk cluster vanwege de talloze innovaties, vooral op het gebied van binnenwateren, die hier hun oorsprong vinden. Zo huisvest Werkendam, naast Zwijndrecht, de grootste binnenvaarthaven van Nederland.

Schiedam

In de haven van Schiedam bevindt zich Offshore Valley, een broeinest voor de ontwikkeling van geavanceerde en innovatieve offshore energie. Wat deze locatie uniek maakt, is de combinatie van vooruitstrevende digitale ontwerpprocessen en de bouw en het onderhoud van schepen voor de offshore-industrie. Schiedam dient als een illustratief voorbeeld waarin de uitdagingen van ruimtegebrek, het vestigingsklimaat en de balans tussen wonen en werken in Zuid-Holland duidelijk zichtbaar zijn. Het borgen van voldoende ruimte voor maritieme bedrijvigheid in de regio is een belangrijk thema uit de Regionale Maritieme Agenda 2030, waarvan het vestigingsklimaat een onderdeel is.

Stellendam

Stellendam draagt trots de traditie van visserijscheepsbouw, maar richt zich ook op andere segmenten zoals werkschepen en retrofit superjachten. Innovatie staat hier hoog in het vaandel, en de werven hebben een duidelijk besef van hun rol in de lokale economie. Echter, de verzanding van de haven vormt een uitdaging die creatieve oplossingen vereist om de maritieme activiteiten te beschermen.

Tomas van der Maarel

Jong Haventalent 2023: Een toekomstvisie op de Rotterdamse Haven

‘Sorteer voor op de dingen, en je plukt er je hele leven de vruchten van.’ Met deze woorden als drijfveer spreken we met Tomas van der Maarel, het Jong Haventalent van 2023, nadat hij bijna een jaar lang zijn inspirerende boodschap heeft verkondigd aan de young potentials in de maritieme sector. Met een achtergrond in economie en een familiegeschiedenis doordrenkt van logistieke passie, brengt hij niet alleen een frisse blik maar ook een energieke aanpak in de Rotterdamse haven, waar hij bij Broekman Logistics werkzaam is. Zijn doel is duidelijk: hij richt zich op de mensen die de haven dag in dag uit tot leven brengen.

Tomas’ connectie met de haven is diepgeworteld. Als zoon en kleinzoon van mannen die hun leven aan de binnenvaart hebben gewijd, werd hij al op jonge leeftijd ondergedompeld in de complexiteit en mogelijkheden van de logistieke wereld. Hoewel hij de economische voetsporen van zijn familie volgde, voegde hij een nieuwe dimensie toe aan de toekomst van de haven. “De logistieke wereld zit in mijn bloed. Mijn vader en opa waren beiden actief in de sector,” deelt hij. “Tijdens mijn studie werd ik vooral aangetrokken door de uitdagende puzzel die logistiek steeds weer biedt. Het opzetten van een supply chain op internationale schaal, dat fascineerde me enorm.”

Jong Haventalent 2023

Het belang van zichtbaarheid voor jongeren

In het gesprek benadrukt Tomas telkens het cruciale belang van zichtbaarheid in studies en de noodzaak van jong talent in de haven. “De sector moet meer doen om te tonen wat het te bieden heeft, vooral op het gebied van duurzame initiatieven zoals renewable energy en waterstof.” Dat zit hem toch vooral in het bezoeken van scholen, het laten zien van al die mooie projecten en het écht luisteren naar wat er bij jongeren speelt. Hij heeft verschillende projecten, waaronder het Porthos Project waarbij restwarmte uit het Westland slim wordt hergebruikt, onder de aandacht gebracht bij studenten en jongeren in Rotterdam. “Door deze innovaties te delen, creëer je bewustwording. Hiermee wordt de Rotterdamse haven niet alleen efficiënter, maar ook duurzamer,” deelt hij enthousiast.

Mijn boodschap aan jongeren is duidelijk: oriënteer je heel goed en geniet ervan terwijl je keuzes maakt.

Fysieke wereld in rap tempo gedigitaliseerd

Een voor hem duidelijke verandering is de snelheid waarmee de jeugd digitaal is geworden. “Je kunt het niet meer los van elkaar zien, de fysieke wereld is voor de jeugd in een rap tempo gedigitaliseerd.” En dat dwingt, In een tijd waarin technologie de norm is, zowel de havenindustrie als onderwijsinstellingen zich aan te passen om jongeren te boeien en binden. “Het gaat niet meer alleen om schepen laden en lossen,” legt hij uit. “De Rotterdamse haven is bijzonder slim geworden. Misschien wel de slimste haven ter wereld! Mijn boodschap aan jongeren is duidelijk: oriënteer je heel goed en geniet ervan terwijl je keuzes maakt.”

“Er is zoveel te doen in de maritieme sector”

Als Sales Manager van Broekman Logistics begrijpt Tomas als geen ander de waarde van hard werken en slimme strategieën. Zijn boodschap aan jongeren is dan ook vooral een uitnodiging om je te verdiepen. “Oriënteer je goed, geniet van de uitdagingen en durf risico’s te nemen.” Hij gelooft sterk dat de jongere generaties de sleutel vormen tot de voortdurende vernieuwing van de haven. “Er is zoveel te doen in de maritieme sector,” voegt hij eraan toe. “Als je iets nieuws wilt leren, hoef je nooit ver te zoeken. Alles is mogelijk.”

Tomas heeft niet alleen gesproken op scholen – zo gaf hij sessies op het Albeda College en de Hogeschool Rotterdam om jongeren te enthousiasmeren voor een maritieme carrière – maar heeft ook deelgenomen aan evenementen zoals het MATCH Career Event tijdens de Wereldhavendagen in Rotterdam. Het viel hem op dat een diverse groep mensen, zelfs buiten de maritieme sector, geïnteresseerd is in wat de haven te bieden heeft. “Ik sprak met een man die een eigen bedrijf in de retail heeft, maar weer op zoek is naar dynamisch werk in loondienst. Dit zijn nu typisch de zij-instromers die moeten weten welke kansen hier liggen.” Daarnaast heeft hij actief samengewerkt met Deltalinqs, waar hij netwerksessies voor jongeren heeft georganiseerd om hun bewustzijn over de kansen in de sector te vergroten. Hij is onlangs toegetreden tot het bestuur van Maritime Delta, waar hij betrokken is bij Human Capital-initiatieven.

Jong Haventalent 2023

Tomas van der Maarel is onlangs toegetreden tot het bestuur van Maritime Delta.

Focus op de mensen die het moeten doen

Als Jong Haventalent van 2023 is Tomas nu een rolmodel voor anderen. Hij heeft niet alleen de ambitie om het stokje door te geven, maar ook om het volgende Jong Haventalent te inspireren. Wat moet hij of zij weten? “Alleen door samen te werken, kennis te delen en het initiatief te nemen, kunnen jongeren en de industrie hand in hand gaan om de Rotterdamse haven te blijven transformeren naar een duurzame, innovatieve en bloeiende hub,” concludeert Tomas met vastberadenheid. Hij erkent ook dat er nog steeds obstakels zijn, zoals het hardnekkige idee dat de haven slechts vuil en zwaar werk inhoudt. “Tijdens mijn eigen studie zag ik dat jongeren niet spreken over een toekomst in de haven. Het lijkt erop dat het oude idee van ‘handen uit de mouwen steken en vies werk doen’ nog steeds in hun gedachten rondwaart,” merkt hij op, terwijl dat beeld voltooid verleden tijd is. “Het is aan de arbeidsmarkt om je slimheid in de etalage te zetten én tegelijkertijd te focussen op de mensen die het moeten uitvoeren.”

De toekenning van de titel Jong Haventalent gebeurt door een jury, waarin eerdere Jong Haventalenten en Havenmannen / vrouwen van het jaar zetelen. De jury let op het profiel, de kennis van de haven en de motivatie van de kandidaten. Houdt onze website in de gaten voor meer informatie.

Datawerf herontdekt lonkend perspectief voor Maritiem MKB

Digitale ambities omzetten in tastbaar succes

Datawerf, het vernieuwde innovatieprogramma dat voortbouwt op het succes van de pilotfase, gaat 30 ondernemers in de maritieme- en maakindustrie in Zuid-Holland selecteren die intensieve ondersteuning krijgen om hun digitale ambities om te zetten in tastbaar succes. In 6 weken tijd – 2 dagen per week – worden deze ondernemingen praktisch geholpen door een digitale expert. De expert legt de digitale vraagstukken grondig onder de loep, om zo concrete oplossingen en een plan van aanpak te leveren, waarmee ondernemingen optimaal kunnen profiteren van de voordelen die digitale technologie biedt. Het aanmelden start nu.

Personeel meekrijgen

Eén van de grootste uitdagingen waar de maritieme en maakindustrie mee te maken heeft, is het personeelstekort en behoud. Datawerf biedt hier een lonkend perspectief.

Door deel te nemen aan Datawerf en de digitale transformatie te omarmen, kun je jouw organisatie efficiënter laten werken. Bedrijven hebben veel data, maar gebruiken deze nog onvoldoende in besluitvorming. Denk aan klantgegevens of data uit het productieproces. Datawerf helpt om inzichtelijk te maken welke stappen er genomen moeten worden om deze data om te kunnen zetten in bruikbare informatie, zodat besluitvorming gebeurt op basis van feitelijkheden. Zo wordt waardevolle kennis beter benut, kunnen medewerkers sneller en slimmer problemen aanpakken, wat leidt tot tevreden klanten en een soepel draaiende business.

“Met Datawerf willen we de maritieme en maakbedrijven een krachtige boodschap geven: stilstaan in de huidige situatie betekent achterblijven op de internationale markt,” zegt Dominique Nieuwpoort, programmacoördinator Datawerf. “Als je niets doet om de uitdagingen zoals minimale marges, personeelstekorten en de overgang naar datagedreven werken aan te pakken, loop je het risico om ingehaald te worden door je concurrenten. Datawerf biedt het lonkend perspectief dat bedrijven nodig hebben om met vertrouwen de volgende stap te zetten en hun groeiambities waar te maken. Want wie wil er nou niet zijn bedrijf verbeteren?”

Digitale experts op locatie en analyse sessies

Deelnemende bedrijven krijgen niet alleen de kans om hun digitale vraagstukken aan te pakken, maar ook om hun personeel te enthousiasmeren voor digitale innovatie. Door gebruik te maken van de digitale expertise van de experts op locatie of de analyse sessies, kunnen bedrijven hun digitale ideeën omzetten naar concrete plannen en digitale businessmodellen. De trajecten die zij doorlopen moeten uiteindelijk leiden tot hogere omzet, betere marges en lagere kosten voor de deelnemers. Andere doelen zijn het verminderen van personeelstekort en het aantrekkelijker worden als werkgever, met name voor een nieuwe generatie van jonge ‘digital-minded’ werknemers.

“Een ontbrekende schakel in het aanbod rond ondersteuning van digitale innovatie”, zo zou ik Datawerf willen omschrijven, aldus Dominique. “In de pilot van het project is aangetoond dat we via flexibele en op maat gemaakte hulp echt het verschil kunnen maken. Na hulp van Datawerf zien wij dat bedrijven een stap maken in hun datavolwassenheid en goed voorbereid beslissingen kunnen maken over toekomstige investeringen in digitalisering.

Wat is Datawerf?

Datawerf kent een looptijd van 2 jaar en wordt uitgevoerd door regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter. Het project is gericht op het ondersteunen van de maritieme en maaksector in de provincie Zuid-Holland bij het optimaliseren van digitale innovatie en het vergroten van hun datamaturiteit. Door digitale vraagstukken te doorgronden en concrete oplossingen te bieden, verandert Datawerf data in waardevolle informatie. Dit stelt bedrijven in staat om besluitvorming te baseren op feitelijkheden, wat leidt tot tevreden klanten en een soepel draaiende business.

Naadloze integratie met Digitalzh

Het programma is geïntegreerd in de dienstverlening van Digitalzh, het centrale loket voor digitale innovatie in Zuid-Holland. Samen met partner TU Delft, biedt Digitalzh een breed scala aan ondersteuning, variërend van informatie en opleidingen tot testfaciliteiten en ‘best practices’. Digitalzh helpt kleine en middelgrote bedrijven in de industrie om de uitdagingen rondom tekorten aan personeel, materialen en energie op te lossen en hun internationale concurrentiepositie te verbeteren.

Aanmelden voor Datawerf is vanaf nu mogelijk

Ondernemers kunnen zich via de website aanmelden voor deelname. Datawerf streeft ernaar om in 2025 tastbare resultaten te presenteren en deelnemende bedrijven klaar te stomen voor datagedreven groei. Grijp deze unieke kans om de digitale transformatie van jouw bedrijf te versnellen.

Wat zijn de kansen en mogelijkheden en toepassingen voor 5G technologie in de maritieme sector?

Naar verwachting zal 5G de digitalisering van de scheepvaartindustrie versnellen om de communicatie tussen voertuigen en controlekamers snel, veilig, wijdverspreid en te allen tijde betrouwbaar te maken. Voor dit soort nieuwe toepassingen moeten er grote hoeveelheden data getransporteerd en verzonden worden.

In drukke gebieden zoals in havens, sluizen en bij aanlegsteigers is er een grote vraag naar snelle, accurate en betrouwbare gegevens. Havenplanners willen bijvoorbeeld de brandstof- en veiligheidsinformatie en vaarroutes in de gaten houden. In een recent artikel van Maritiem Nederland wordt gesteld dat het verzamelen van al deze gegevens aanzienlijke bandbreedte vereist en 5G-technologie speelt hierbij een cruciale rol. In de toekomst staat er misschien geen loods of kapitein meer aan het stuur van een schip. Vanuit het kantoor van de havenmeester wordt het schip op afstand bestuurd via een zeer snel internetsignaal. Als je één individueel schip hebt, kan je een heel eind komen met het huidige 4G netwerk. Maar als je meerdere schepen hebt die je autonoom wilt laten varen dan heb je de capaciteit van 5G nodig. Verbeterde, hogere connectiviteit en veiligheid is van essentieel belang voor deze zaken, vooral in drukke gebieden.

Wat is 5G?

De term 5G staat simpelweg voor de vijfde generatie van mobiele verbindingen. Het is dan ook niet één techniek, maar een combinatie van verschillende bestaande en nieuwe technologieën. Bijzonder aan 5G is, dat de mogelijkheden niet alleen veel groter zijn, maar dat voor elke toepassing de verbinding op maat kan worden ingesteld. Tot slot komt er veel meer bandbreedte beschikbaar. Het is met 5G mogelijk om tot 100 keer meer data te versturen dan met 4G. Ten tweede is de verbinding veel sneller, waarbij het signaal een erg lage latency of vertraging biedt. En ten derde is er ‘massive Internet of Things’, omdat 5G tot 100 keer meer apparaten kan verbinden met het internet. Daarmee opent 5G talloze nieuwe toepassingsmogelijkheden voor de scheepvaart en de havenindustrie. Real-time gegevensuitwisseling tussen voertuigen, schepen, havens en warehouses, en de mogelijkheid om de operatie op afstand te besturen en te ondersteunen. Dit kan leiden tot meer inzet van autonome robots, augmented reality, sensoren en drone-inspecties. De toepassingen van 5G en IoT maken niet alleen de logistieke keten efficiënter, maar zorgen ook voor een betere beveiliging van de kritieke infrastructuur en bescherming van het milieu.

Foto: iStock.com/kokouu

5G komt online in de havens

In 2021 kondigde de Haven van Moerdijk aan, dat in het hele havengebied 5G-connectiviteit beschikbaar wordt gemaakt, verzorgd door partner KPN. Zo wil Moerdijk voorbereid zijn op de komst van zelfrijdende logistieke voertuigen (ook wel Automated Guided Vehicles genoemd), de inzet van autonome robots en cobots in de haven, meer toepassingen van augmented reality door havenmedewerkers, en het uitvoeren van inspecties met drones en onderwater robots. Al in 2018 experimenteerden KPN en Shell in het havengebied van Rotterdam met 5G-technologie en zijn er toepassingen gedemonstreerd rondom inspectie van pijpleidingen op corrosie. Met 5G kunnen zeer hoge resolutie (zogenaamde 8K) beelden, waarop de corrosie in detail te zien is, op grote schaal worden verzonden naar de cloud.

Ook in andere havens wordt inmiddels druk gewerkt aan de uitrol van 5G. Zo is er in de haven van Antwerpen een 5G-testnetwerk, werken KPN en Orange Belgium samen aan 5G-verbindingen tussen schepen op de Westerschelde en de havens en terminals, en heeft BASF vorige maand besloten om in de Antwerpse haven het eerste private 5G netwerk uit te rollen samen met telecomprovider CityMesh. Ook in deze gevallen dient het 5G-netwerk vooral voor industriële toepassingen zoals real-time monitoring van procestechnologie.

Wat betekent dit voor uw bedrijf in de maritieme sector?

Ook al zijn er nu vooral besluiten genomen om de 5G-netwerken te gaan bouwen, er zijn al wel concrete experimenten geweest die de nieuwe technische mogelijkheden goed aantonen.
De ultra betrouwbare verbindingen die 5G biedt maken de weg vrij voor autonoom varen. MarinMinds, KPN, Huawei en 5Groningen testten in de Eemshaven met succes een oplossing voor een autonoom peilschip. In Zuid-Holland worden experimenten gedaan om autonome inspectiedrones zonder supervisie te laten inspecteren, zowel in de lucht als op het water. Die betrouwbare verbindingen werden in de tests bij Shell Pernis dan weer ingezet om in een petrochemische installatie automatisch kleppen te openen en te sluiten, om te voorkomen dat twee gevaarlijke producten met elkaar mengen.

Het Nederlandse bedrijf Techbinder maakt gebruik van het feit dat er met 5G véél meer sensoren tegelijk kunnen worden aangesloten. Zij ontwikkelden de Smart Vessel Optimizer, een tool waarmee het energieverbruik van vrachtschepen heel gedetailleerd wordt gemonitord. Daarmee wordt er precies in kaart gebracht waar het schip brandstof kan besparen. Op basis van die data kunnen rederijen en schipeigenaren acties ondernemen om de hoeveelheid brandstof en emissies naar beneden te brengen, met besparingen tot wel 25% tot gevolg.

De veel grotere datastromen die 5G kan verwerken zijn in experimenten bij het Delftse Do IoT Fieldlab ingezet om drones te laten vliegen met camera’s van veel hogere resolutie, of de LiDAR-inspectiedata van robots in de petrochemische industrie in real-time naar de cloud te sturen voor verdere verwerking.

Foto: iStock.com/sefa ozel

Zelf aan de slag met 5G

Dit zijn een aantal voorbeelden van de nieuwe mogelijkheden. Innovation Quarter komt graag in contact met bedrijven uit de maritieme sector die aan de slag willen gaan met 5G technologie. Binnen 5G-innovatie in Zuid-Holland werken we aan:

  • Bedrijven ondersteunen bij het ontwikkelen en opschalen van hun 5G (IoT) oplossingen via innovatieprojecten en stimuleringsregelingen.
  • Het Zuid-Hollandse ecosysteem versterken op het gebied van ontwikkeling en toepassing van 5G-(IoT)-technologie.
  • Een gezamenlijke visie en roadmap ontwikkelen voor de provincie Zuid-Holland op de inzet van 5G-technologie in het bedrijfsleven en door de overheid.

In Zuid-Holland zijn vijf locaties ingericht waar bedrijven met innovatieve 5G-technologie kunnen experimenteren en er zijn nog een aantal in ontwikkeling. Ieder van die locaties biedt de mogelijkheid om op specifieke showcases te testen: van dataverzameling in fabrieken tot autonome drones voor reddingsbrigades, van milieumetingen in de stad tot gebruik van robots op openbare toeristische locaties. Zo bieden we bedrijven de mogelijkheid om sneller van een idee naar een gedemonstreerde toepassing te komen.

De fieldlabs werken zoveel mogelijk samen en delen waar mogelijk hun kennis, infrastructuur, studententeams en resultaten. Zo maken we van Zuid-Holland de hotspot voor 5G-innovatie. In samenwerking met InnovationQuarter, Provincie Zuid-Holland, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Do IoT Fieldlab en de Economic Board Zuid-Holland.

Ook als u nog niet goed weet hoe 5G invloed gaat hebben op uw bedrijfsvoering, bekijk onze website www.innovationquarter.nl/5g. Of neem contact op met Jos Maccabiani.

Programmamanager Karin Struijk

Werkendam Maritime Industries opent eigen campus om talent aan te trekken

Werkendam Maritime Industries (WMI) heeft sinds kort een eigen campus, midden in de haven van Werkendam. Onderwijsinstellingen en bedrijfsleven werken er samen om studenten en personeel op te leiden en aan het cluster te binden. En dat is hard nodig. Programmamanager Karin Struijk: ‘Op dit moment staan er meer dan 140 vacatures open bij de 48 bedrijven in ons cluster. En de wereld om ons heen verandert snel door de vele technologische ontwikkelingen en de gevolgen van klimaatverandering. We moeten wendbaar blijven en onze concurrentiepositie verstevigen. Daar hebben we heel veel enthousiaste mensen voor nodig.’

Ze spreekt even bevlogen over haar werk als vorig jaar, toen ze Maritime Delta vertelde over haar achtergrond als schippersdochter en het belang van WMI. Het maritieme cluster van Werkendam bedient klanten in binnen- en buitenland, en omvat onder meer scheeps-, jacht- en waterbouw, de maakindustrie en alle betrokken toeleveranciers en dienstverleners. Samen vormen de leden een ecosysteem dat zich richt op het ontwerpen, bouwen en onderhouden van schepen en andere maritieme constructies.

‘De maritieme sector is een van de grootste economische motoren van de regio’, benadrukt Karin. ‘Onze leden zijn samen goed voor ruim tweeduizend arbeidsplaatsen.’ En met de een na grootste binnenvaartthuishaven van Nederland, op drie Europese hoofdtransportassen, komt al het binnenvaartvervoer tussen Duitsland, Antwerpen en Rotterdam langs Werkendam. ‘De havenbedrijven vergroten het succes van andere sectoren. Als het bij ons goed gaat, merken de bakker en de slager dat ook.’

5 pijlers

De campus is ingericht op basis van vijf pijlers:

1.      Techniekpromotie: voor meer instroom in technische opleidingen

2.      Leven lang ontwikkelen: om- en bijscholing om personeel duurzaam inzetbaar te maken

3.      Opleiden jonge mensen: voor betere aansluiting van technisch onderwijs op de behoeften van de arbeidsmarkt

4.      Activering naar werk: zodat er minder vacatures openstaan en er minder mensen zonder werk zitten

5.      Onderzoek & innovatie: voor een slimme, vooroplopende en aantrekkelijke businessregio

Talent vinden, binden en boeien

Met de nieuwe campus heeft WMI voor het eerst een eigen plek op de haven. ‘Voorheen zwierf ik met m’n spullen en met groepen studenten langs de verschillende bedrijven’, vertelt Karin. ‘Nu hebben we ons eigen kantoor en een eigen lesruimte – en die waren hard nodig met de snelle groei van ons cluster.’ Er staan al verschillende trainingen voor medewerkers van bij WMI aangesloten bedrijven op de planning, waaronder hydrauliek en technisch Engels en Duits. Karin: ‘De campus helpt ons te slagen in onze missie: talent vinden, binden en boeien. Een van de grootste uitdagingen van de sector.’

Gefinancierd door ondernemers

In eerste instantie is de campus een pilot van twee jaar, opgezet en gefinancierd door de ondernemers uit het cluster. ‘We werken toe naar een grotere campus voor de lange termijn, met onder meer een praktijklokaal’, legt Karin uit. ‘Daarvoor is eerst een haalbaarheidsstudie nodig, die met de pilot van start is gegaan. We onderzoeken de mogelijkheden voor structurele financiering en manieren om het onderwijs blijvend aan ons te binden.’

Overheid

De maritieme campus krijgt daarbij support van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Altena. Altena beschouwt het maritieme cluster als een belangrijk speerpunt voor de regionale economie en heeft de maritieme campus opgenomen als ambitie in het bestuursakkoord. De gemeente ziet mogelijkheden om de campus te koppelen aan gemeentelijke doelen op het gebied van de arbeidsmarkt. Altena investeert in menskracht en de haalbaarheidsstudie en onderzoekt de mogelijkheden voor toekomstige huisvesting van de campus. Daarnaast wordt de pilot en het haalbaarheidsonderzoek ondersteund door Regio West-Brabant met een subsidie vanuit het Onderzoek & Ontwikkelfonds.

Verbinden en inspireren

De campus vormt een belangrijke schakel in de verbinding tussen onderwijsinstellingen en ondernemers. ‘Als cluster hebben we een verbindende en een inspirerende rol’, licht Karin toe. ‘Dat begint al bij kinderen en jongeren laten zien wat de bedrijven hier doen en hoe groot de impact van de haven is.’ De leden van het cluster zijn daarin zelf ook actief. Zo ontwikkelt Kieboom, leverancier van scheepsmaterialen, het keuzedeel ‘Heffen en hijsen’ voor vmbo-leerlingen uit de regio. Een aantal andere bedrijven in het cluster werkt samen met studenten van Avans Hogeschool aan verschillende projecten. ‘Veel van zulke activiteiten kunnen we nu op de campus faciliteren. Dat verkleint de drempel om elkaar op te zoeken.’

“De campus is het ideale middel om het Werkendamse havencluster nog beter te profileren, toegankelijker te maken en de bedrijven verder te helpen in hun ontwikkeling”

Techniekpromotie

In het kader van techniekpromotie nodigt WMI ieder jaar alle basisschoolleerlingen uit de gemeente Altena uit voor een WERK-safari. ‘Dit jaar komen er 1200 leerlingen’, vertelt Karin. ‘Ze krijgen een rondleiding en doen workshops, bijvoorbeeld bruggen bouwen. Zo laten we zien hoe gaaf het is om met je handen te werken, en wat er allemaal mogelijk is.’ Ook voor ouders en decanen is dat vaak een eyeopener, merkt Karin. ‘We zoeken nog naar manieren om hen beter te bereiken. Ouders zijn tenslotte de grootste influencers van kinderen. En als decanen met eigen ogen zien hoeveel hier te doen is en hoe leuk dat is, zullen ze leerlingen sneller een studie in deze richting adviseren. Ze zijn vaak flabbergasted als ze hier komen kijken.’

Haven toegankelijker maken

Uiteindelijk moet de campus dé maritieme hotspot worden waar de drie o’s – onderwijs, ondernemers en overheid – samenkomen om te werken aan een toekomstbestendig maritiem cluster in Altena. ‘De campus is het ideale middel om het cluster nog beter te profileren, toegankelijker te maken en de bedrijven verder te helpen in hun ontwikkeling’, vat Karin samen. ‘Door hechtere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven zorgen we voor meer instroom in het techniekonderwijs, goed ontwikkelde medewerkers en blijven we vooroplopen in innovatie.’

Het meest trots is ze op de onderlinge samenwerking van de ondernemers bij het opzetten van de campus. ‘Dat toont de kracht van ons cluster: de samenhang en betrokkenheid van onze leden. Ze hebben er alle 48 aan bijgedragen, van de financiering tot en met de inrichting van het pand. Daar ben ik ontzettend trots op.’

Meer weten over WMI en de haven van Werkendam? Op 30 juni en 1 juli zijn de Havendagen Werkendam, met onder meer workshops, een banenmarkt en activiteiten voor scholieren en studenten.

Gemeente Altena trekt kwartiermaker aan voor ontwikkeling derde haven Werkendam

Gemeente Altena heeft een kwartiermaker aangetrokken voor het project derde haven in Werkendam. De behoefte aan ruimte voor het Werkendamse Maritieme cluster is groot en urgent. De bedrijven spelen een grote rol in het verduurzamen van de scheepvaart. Het Werkendamse maritieme cluster is dan ook meer dan ooit nodig voor de ontwikkeling en realisatie van innovatieve oplossingen voor een toekomstbestendige scheepvaart. En dat vergt ruimte in en aan de haven. Het beschikbaar maken van ruimte is een uitdaging, maar wel één die de gemeente graag aangaat.

Vervolg na MIRT-onderzoek

Eind vorig jaar is het MIRT-onderzoek afgerond naar havenontwikkeling Werkendam en integraal riviermanagement (IRM). Het onderzoek is een eerste stap geweest om met andere partijen zoals het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, provincies Noord-Brabant, Zuid Holland en Gelderland, Waterschap Rivierenland en Werkendam Maritime Industries de haalbaarheid van een derde haven te onderzoeken. Niet als losstaand project maar in samenhang met andere ambities en opgaven die langs de uiterwaarden van de Merwede aan de orde zijn.

Onderzoek laat kans zien tussen opgaven en gewenste uitbreiding

Het onderzoek geeft niet alleen een beeld hoe die ambities, opgaven en initiatieven van verschillende partijen samenhangen, maar ook dat er een unieke kans is om de verschillende opgaven met de gewenste uitbreiding van de haven van Werkendam te combineren. Bijvoorbeeld een dijkversterking ter plaatse van de derde haven. Daarvoor is nog wel het nodige te doen. Om daar stappen in de zetten heeft de gemeente een kwartiermaker aangetrokken in de persoon van Lijdia Pater-de Groot van Movares-Water.

Kwartiermaker Lijdia Pater-de Groot heeft een belangrijke rol in het verbinden en aanhaken van belangrijke partijen zoals bedrijven, het Rijk, brancheorganisaties, provincies en de regio. Daarnaast gaat zij aan de slag om de haalbaarheid van de haven verder te onderzoeken onder andere op het gebied van financiën en benodigde vergunningen.

Derde haven ontwikkelen is niet makkelijk, wel nodig

Wethouder Hans Tanis: “Het ontwikkelen van een derde haven is geen gemakkelijke opgave. Maar we hechten er groot belang aan dat het Werkendamse maritieme cluster voldoende ruimte krijgt om de vooraanstaande positie, met name ook op het gebied van innovatie en vergroening van de scheepvaart, te kunnen blijven waarmaken. Schepen worden de komende jaren op grotere schaal gereviseerd of omgebouwd om aan duurzaamheidseisen te voldoen. Continuïteit van een vooraanstaand en innovatief scheepvaartcluster in Werkendam vergt ruimte. En die willen we maken. Met een kwartiermaker als voorloper, denken we hierin stappen vooruit te kunnen zetten”.

Lijdia Pater heeft grote ervaring in de wereld van de scheepvaart, is zelf scheepvaartondernemer geweest en heeft allerlei posities bekleed binnen de scheepvaartbranche. Lijdia Pater: “De maritieme maakindustrie – onmiskenbaar het hart van het Werkendamse scheepvaartcluster – is meer dan ooit nodig voor de ontwikkeling en realisatie van innovatieve oplossingen voor een toekomstbestendige scheepvaart. Het Werkendamse maritieme cluster kan bijdragen aan de transitie naar een klimaatneutrale en emissieloze scheepvaart én daarmee aan een bereikbaar, duurzaam en leefbaar Nederland en Europa. Namens de gemeente Altena ga ik mij inzetten om samen met andere partijen de plannen verder te ontwikkelen en stappen te zetten richting mogelijke uitbreiding.”

In het kader van het MIRT-onderzoek wordt gekeken naar de beschikbaarheid van bedrijfsruimte voor maritieme bedrijven in de regio. Hierbij sluit de kwartiermakerfase van Maritime Delta goed aan. Het borgen van voldoende ruimte voor maritieme bedrijvigheid in de regio is een belangrijk thema uit de Regionale Maritieme Agenda 2030, waarvan het vestigingsklimaat een onderdeel is. Maritime Delta ondersteunt deze ontwikkeling graag.